ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- R.H.M. Roelofs
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-naleving inlichtingenplicht
Appellant ontving sinds 12 december 2001 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Na anonieme informatie startte de sociale recherche een onderzoek, waaruit bleek dat appellant een Surinaams pensioen ontving, onroerend goed in Suriname bezat en directeur/aandeelhouder was van een Surinaams bedrijf. Deze feiten had appellant niet gemeld, waardoor het College de bijstand introk en de kosten terugvorderde.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat alleen het pensioen niet was gemeld, dat het pensioenbedrag bekend was, dat het bedrijf nooit actief was geweest en dat het onroerend goed geen invloed had op zijn recht op bijstand. De Raad oordeelde dat het niet melden van het pensioen geen beletsel vormde voor vaststelling van het recht op bijstand, maar dat het onroerend goed en directeurschap een ondoorzichtige situatie creëerden waardoor het recht niet kon worden vastgesteld.
De Raad stelde vast dat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij niet over het onroerend goed kon beschikken of dat het bedrijf geen waarde vertegenwoordigde. De intrekking en terugvordering waren daarom terecht en het hoger beroep werd ongegrond verklaard. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van bijstand worden bevestigd wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht.