ECLI:NL:CRVB:2008:BC8072
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering onterecht verklaard; toekenning schadevergoeding wegens overschrijding redelijke termijn
Appellante en haar toenmalige echtgenoot ontvingen bijstand. Het College van B&W Amsterdam herzag en trok de bijstand in over de periode 25 augustus 2000 tot en met 31 januari 2001 op grond van vermoedens dat echtgenoot inkomsten had uit straathandel in (nep)verdovende middelen, zonder dat hierover voldoende bewijs was geleverd.
De rechtbank Amsterdam vernietigde het besluit en bepaalde dat het College een nieuw besluit moest nemen. Het College handhaafde het besluit opnieuw, waarna de rechtbank het opnieuw vernietigde maar de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet. Appellante ging hiertegen in hoger beroep.
De Raad oordeelt dat het College onvoldoende bewijs heeft geleverd dat echtgenoot in de betreffende maanden inkomsten had uit straathandel, waardoor het besluit tot intrekking en terugvordering onterecht is. Tevens is de redelijke termijn voor de procedure overschreden, waarvoor de gemeente Amsterdam wordt veroordeeld tot vergoeding van immateriële schade van €1.500. De proceskosten worden eveneens aan appellante toegekend.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd en appellante krijgt een schadevergoeding van €1.500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.