ECLI:NL:CRVB:2008:BC8526
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluiten intrekking en terugvordering bijstand wegens ontbreken bewijs werkzaamheden
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd geconfronteerd met besluiten van het College van burgemeester en wethouders van ’s-Gravenhage tot intrekking van de bijstand, terugvordering van kosten en oplegging van een boete vanwege vermeende niet-naleving van de inlichtingenplicht en het verrichten van bedrijfsmatige activiteiten.
De rechtbank had de beroepen tegen deze besluiten deels gegrond verklaard maar de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten in stand gelaten. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de rechtbank ten onrechte aannam dat appellant op het betreffende perceel bedrijfsmatige op geld waardeerbare werkzaamheden verrichtte. Uit het bewijs, waaronder verklaringen, bouwvergunningen en processtukken, blijkt niet dat appellant zelf incassowerkzaamheden of bewakingsactiviteiten verrichtte die als zodanig kwalificeerden.
De Raad vernietigt daarom de aangevallen uitspraak voor zover aangevochten, verklaart het beroep tegen de boete gegrond, herroept de primaire besluiten en veroordeelt het College in de proceskosten en het griffierecht van appellant. De besluiten berusten op ondeugdelijke gronden en kunnen niet worden gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten tot intrekking, terugvordering en boete wegens onvoldoende bewijs van werkzaamheden.