ECLI:NL:CRVB:2008:BD0613
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WAO-uitkering wegens niet gemelde inkomsten uit arbeid
Appellant kreeg een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80% of meer. Het UWV stelde vast dat appellant in diverse periodes tussen 1998 en 2004 betaalde arbeid verrichtte zonder dit te melden, waardoor de uitkering werd gekort en teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat de verklaring die ten grondslag lag aan het fraudeonderzoek onder dwang was afgelegd en betwistte de omvang van de inkomsten. Tevens wees hij op een strafrechtelijke vrijspraak voor andere feiten en stelde dat het bestuursrechtelijk bewijs onvoldoende was.
De Raad overwoog dat in het bestuursrecht de vrij bewijsleer geldt en dat het UWV op basis van verklaringen en schattingsmethoden zorgvuldig heeft gehandeld. De verklaring van appellant was gedetailleerd en niet onder ontoelaatbare druk afgelegd. De strafrechtelijke uitspraak stond niet in de weg aan de bestuursrechtelijke vaststelling.
Het hoger beroep van appellant faalt en de Raad bevestigt het besluit van de rechtbank Arnhem. Er zijn geen redenen voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de terugvordering van de WAO-uitkering wordt bevestigd.