ECLI:NL:CRVB:2008:BD2723
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- K. Zeilemaker
- A.B.J. van der Ham
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake proceskostenveroordeling bij bijstandsherziening
Appellante ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage herzag de bijstand over de periode van november 2002 tot oktober 2004 en vorderde een bedrag van € 7.616,76 bruto terug. Na bezwaar en een intrekking van het eerdere besluit, verlaagde het College de terugvordering naar € 5.556,75 bruto.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het intrekkingsbesluit niet-ontvankelijk en het beroep tegen het herziene besluit ongegrond, zonder proceskosten toe te kennen. Appellante ging in hoger beroep tegen deze beslissing, met name tegen de terugvordering en de weigering van proceskostenvergoeding.
De Raad oordeelde dat de berekening van de bruto terugvordering juist was en sloot zich aan bij de rechtbank. Wel stelde de Raad vast dat appellante terecht proceskostenvergoeding vorderde omdat zij het beroep moest instellen om het gewijzigde besluit op bezwaar te verkrijgen. De Raad vernietigde daarom het deel van de uitspraak waarin de proceskostenveroordeling achterwege bleef en veroordeelde het College tot betaling van € 966,- aan proceskosten en vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De Raad vernietigt het deel van de uitspraak zonder proceskostenveroordeling en veroordeelt het College tot betaling van proceskosten aan appellante.