ECLI:NL:CRVB:2008:BD3529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsbesluit eigen bijdrage AWBZ wegens schending rechtszekerheid
De zaak betreft een hoger beroep van de erven van een overleden AWBZ-gebruiker tegen een besluit van IZA Zorgverzekeraar tot definitieve vaststelling van een eigen bijdrage met terugwerkende kracht voor verblijf in een verpleeghuis.
De rechtbank had het beroep ongegrond verklaard, stellende dat de betrokkene op de hoogte had kunnen zijn van voorlopige eigen bijdragen en dat de navordering daarom niet in strijd was met het rechtszekerheidsbeginsel. Appellanten voerden aan dat zij niet wisten en redelijkerwijs niet konden weten dat nog een definitieve vaststelling zou volgen, mede omdat de voorlopige besluiten niet in de administratie van de betrokkene waren aangetroffen.
De Raad stelde vast dat IZA niet aannemelijk had gemaakt dat de voorlopige besluiten aan de betrokkene waren bekendgemaakt. Hierdoor konden de rechtsopvolgers niet worden geacht rekening te houden met een navordering. Dit leidt tot schending van het rechtszekerheidsbeginsel.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit en het navorderingsbesluit en herroept het besluit tot definitieve vaststelling van de eigen bijdrage. Tevens veroordeelt de Raad IZA tot vergoeding van de proceskosten en griffierechten van appellanten.
Uitkomst: Het besluit tot navordering van de eigen bijdrage AWBZ met terugwerkende kracht is vernietigd wegens strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.