ECLI:NL:CRVB:2012:BV0607
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid CIZ bij indicatiebesluit AWBZ en niet-ontvankelijkheid bezwaar
Appellant diende op grond van de AWBZ een aanvraag in bij het CIZ voor een indicatie voor de functie verblijf. Het CIZ wees de aanvraag af wegens onvoldoende medische informatie en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat zij meende niet bevoegd te zijn een indicatiebesluit te nemen vanwege de verblijfstatus van appellant.
De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het CIZ bevoegd is een indicatiebesluit te nemen en dat het zich moet vergewissen van een inschrijvingsbewijs van een zorgverzekeraar. De rechtbank stelde dat de zorgverzekeraar verantwoordelijk is voor de beoordeling van de verzekeringsstatus.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde de uitspraak van de rechtbank en oordeelde dat het CIZ zich niet hoeft te vergewissen of de aanvrager zich kwalificeert als verzekerde. Iedere inwoner kan zich tot het CIZ wenden voor een indicatiebesluit. Het beroep tegen het besluit van 30 januari 2009 werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Het CIZ moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen.
Daarnaast veroordeelde de Raad het CIZ tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 30 januari 2009 wordt vernietigd en het CIZ dient een nieuw besluit te nemen.