ECLI:NL:CRVB:2008:BD7680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging WW-uitkering na verhuizing naar België en exporttermijn
Appellant ontving vanaf 1 januari 2003 een WW-uitkering en verhuisde op 1 juli 2003 naar België. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) berichtte hem dat hij zijn WW-uitkering maximaal drie maanden naar België kon exporteren, waarna het recht op uitkering zou eindigen als hij niet uiterlijk op 20 oktober 2003 in Nederland terugkeerde.
Appellant maakte bezwaar tegen deze beslissing, stellende dat hij als grensarbeider beschouwd zou moeten worden vanwege voorafgaande financiële verplichtingen en dat hem mondeling en schriftelijk was toegezegd dat verhuizing naar België geen gevolgen zou hebben voor zijn uitkering mits hij beschikbaar bleef voor de Nederlandse arbeidsmarkt.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel. De Raad stelde dat het Uwv terecht het standpunt handhaafde dat het recht op WW-uitkering per 21 oktober 2003 was geëindigd. Tevens oordeelde de Raad dat de Nederlandse wetgeving en Europese verordening (EEG) 1408/71 dwingendrechtelijk zijn, waardoor geen ruimte bestaat voor een afwijkend oordeel op grond van redelijkheid en billijkheid.
Voorts concludeerde de Raad dat geen sprake was van een uitdrukkelijke, ondubbelzinnige en onvoorwaardelijke toezegging van het Uwv waarop appellant een beroep kon doen op het vertrouwensbeginsel. De informatie van het Uwv mocht niet als bindende toezegging worden opgevat. De Raad wees het beroep van appellant af en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de WW-uitkering na drie maanden exporttermijn naar België.