ECLI:NL:CRVB:2008:BF0927
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- H.C.P. Venema
- L.J.A. Damen
- Rechtspraak.nl
Aanspraak op verstrekking van Humira bij ernstige therapieresistente hidradenitis suppurativa
Appellante lijdt aan een ernstige, therapieresistente vorm van hidradenitis suppurativa en kan vanwege een anafylactische shock niet langer behandeld worden met Infliximab. Zij verzocht VGZ om vergoeding van het TNF-a blokkerende middel Humira, welke aanvraag werd afgewezen op grond van de Ziekenfondswet en de Regeling farmaceutische hulp.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, stellende dat er geen uitzonderingssituatie was en dat de kwaliteit van leven geen rol speelt. Appellante ging in hoger beroep en voerde aan dat er geen volwaardig alternatief is voor Humira, dat de ziekte haar kwaliteit van leven ernstig aantast en dat sprake is van een medisch ernstig bedreigende situatie.
De Raad stelde vast dat appellante voldoende procesbelang heeft en dat het besluit van VGZ moet worden beoordeeld aan de hand van de Zfw. De Raad oordeelde dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die een uitzondering rechtvaardigen op het dwingendrechtelijke systeem van geneesmiddelenverstrekking. De medische situatie van appellante is ernstig bedreigend met mogelijk onherstelbare gevolgen, en operaties vormen geen adequaat alternatief.
De Raad vernietigde het besluit van VGZ en bepaalde dat appellante aanspraak heeft op Humira. Tevens veroordeelde de Raad VGZ tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Appellante heeft aanspraak op verstrekking van Humira vanwege bijzondere medische omstandigheden.