ECLI:NL:CRVB:2021:624
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering te veel ontvangen WAO-uitkering en afwijzing schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Appellant ontving vanaf 15 april 2005 een WAO-uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 65 tot 80%. Het UWV stelde bij besluit van 14 maart 2017 vast dat appellant van 1 juli 2010 tot 1 december 2015 inkomsten had uit arbeid die hoger waren dan het loon van een valide installateur, waardoor zijn arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedroeg. Daarom werd de uitkering stopgezet en werd een bedrag van €62.951,84 teruggevorderd.
Appellant voerde aan dat hij redelijkerwijs niet kon weten dat hij te veel uitkering ontving en dat een deel van zijn inkomsten als sociaal loon moest worden aangemerkt, waardoor de terugvordering lager zou moeten zijn. Ook stelde hij dat het UWV nalatig was geweest en dat de terugvordering onaanvaardbare sociale en financiële gevolgen had. Tevens verzocht hij om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat appellant redelijkerwijs had kunnen weten dat zijn inkomsten van invloed waren op zijn uitkering en dat het UWV terecht artikel 44 en Pro 57 van de WAO toepaste. De terugvordering werd niet beperkt omdat appellant onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat een deel van zijn loon sociaal loon was. Ook waren er geen dringende redenen om af te zien van terugvordering. Ten slotte werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen omdat de totale duur van de procedure minder dan vier jaar bedroeg.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank Gelderland en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van €62.951,84 en wijst het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding af.