ECLI:NL:CRVB:2008:BG4922
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H. Bolt
- H. Bedee
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering en beoordeling arbeidsongeschiktheid met aangepast CBBS
Betrokkene kreeg zijn WAO-uitkering ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit wegens onvoldoende motivering van de arbeidskundige beoordeling, met name het ontbreken van toelichting op signaleringen in het CBBS.
In hoger beroep betoogde het UWV dat het aangepaste CBBS inmiddels voldoende inzicht en toetsbaarheid biedt en dat niet in alle gevallen een nadere motivering vereist is. Betrokkene stelde dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn medische beperkingen en dat het CBBS zijn persoonlijke situatie onvoldoende weerspiegelde.
De Raad bevestigde dat het aangepaste CBBS in beginsel rechtens aanvaardbaar is en dat de onvolkomenheden uit eerdere uitspraken zijn opgeheven. De aanvullende toelichting op signaleringen in het CBBS die in hoger beroep werd verstrekt, achtte de Raad toereikend. De vernietiging van het besluit door de rechtbank werd op andere gronden bevestigd, maar de rechtsgevolgen van het besluit bleven in stand.
Verder oordeelde de Raad dat betrokkene zelf hoger beroep had moeten instellen om een oordeel te krijgen over de medische beoordeling, omdat de uitbreiding van de rechtsstrijd door de wederpartij in het verweerschrift niet is toegestaan zonder uitzonderingssituaties. Tot slot werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.