ECLI:NL:CRVB:2008:BG5001
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- P.J. Jansen
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatig loonsanctiebesluit en schadevergoeding door UWV bevestigd
Appellante maakte bezwaar tegen een door het UWV opgelegd loonsanctiebesluit van 4 september 2003, waarbij zij een loondoorbetalingsverplichting van twee maanden had opgelegd gekregen voor een werkneemster. De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit, waarna het UWV het besluit introk. Appellante vorderde vervolgens schadevergoeding voor het doorbetaalde loon, wettelijke rente, kosten van een arbeidskundige expertise en overige gemaakte kosten.
Het UWV erkende geen volledige aansprakelijkheid maar bood coulance aan voor 70% van de loonschade. De Centrale Raad overwoog dat het UWV een onrechtmatige daad had gepleegd en aansprakelijk was voor de schade, maar dat op grond van de wettelijke bepalingen slechts 70% van het doorbetaalde loon als schadevergoeding toekomt, niet 100%. De overige kosten werden afgewezen omdat deze reeds onherroepelijk waren behandeld.
De Raad verwierp het beroep van appellante dat het UWV willekeurig zou handelen door in andere gevallen wel 100% te vergoeden. De rechtbankuitspraken werden bevestigd en de toegewezen bedragen aan loonschade, werkgeverslasten en wettelijke rente werden gehandhaafd. De Raad zag geen aanleiding tot toepassing van bijzondere bestuursrechtelijke maatregelen.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV aansprakelijk is voor 70% van het doorbetaalde loon als schadevergoeding, maar wijst overige kosten af en bevestigt de eerdere uitspraak.