ECLI:NL:CRVB:2008:BG8062
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WAO-uitkering en beoordeling arbeidskundige grondslag
Betrokkene ontving sinds 2002 een WAO-uitkering wegens arbeidsongeschiktheid van 80-100% door schildklierproblematiek. In 2005 werd haar uitkering beëindigd omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Betrokkene maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het bezwaar deels werd toegewezen door de rechtbank Breda, die het arbeidskundige deel van het besluit vernietigde vanwege onvoldoende transparantie en toetsbaarheid.
Appellant, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, stelde hoger beroep in en overwoog dat de aanpassingen in het beoordelingssysteem voldoende waren. De Centrale Raad van Beroep stelde vast dat de medische grondslag niet ter discussie stond, maar dat het hoger beroep zich richtte op de arbeidskundige onderbouwing. Na beoordeling van het arbeidskundig rapport en de functiebelasting concludeerde de Raad dat de geselecteerde functies medisch geschikt waren en dat de arbeidskundige onderbouwing voldoende was.
De Raad vernietigde daarom de eerdere uitspraak van de rechtbank voor zover het arbeidskundige deel werd vernietigd, handhaafde het bestreden besluit en bepaalde dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de eerdere uitspraak voor het arbeidskundige deel, handhaaft het bestreden besluit en laat de rechtsgevolgen in stand.