ECLI:NL:CRVB:2009:BH1932
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit indicatie huishoudelijke verzorging wegens onvoldoende onderzoek fysieke afwezigheid huisgenoot
Appellant met meerdere lichamelijke beperkingen vroeg indicatie voor huishoudelijke verzorging aan bij CIZ. CIZ wees hem klasse 3 toe, waarbij van de inwonende partner werd verwacht dat hij zoveel mogelijk taken overneemt. Appellant stelde dat zijn partner vanwege een drukke acupunctuurpraktijk slechts beperkt aanwezig is en geen bijdrage kan leveren.
CIZ verklaarde het bezwaar ongegrond en handhaafde de indicatie. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat het beleid van CIZ te beperkend is omdat alleen rekening wordt gehouden met afwezigheid van de partner bij aaneengesloten afwezigheid van minimaal zeven dagen en dat er onvoldoende onderzoek was gedaan naar de werkelijke situatie.
De Raad oordeelde dat het beleid te beperkend is en dat CIZ ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de fysieke afwezigheid van de partner en diens werkomstandigheden. Ook is de partner niet gehoord, wat in strijd is met de hoorplicht. Daarom wordt het besluit vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand. Verder is geen hogere indicatie voor huishoudelijke verzorging gerechtvaardigd en wordt het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het besluit van 6 februari 2006 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en niet horen van de huisgenoot, met handhaving van de rechtsgevolgen.