ECLI:NL:CRVB:2009:BH3901
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- J.N.A. Bootsma
- P.J. Stolk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatiestelling ondersteunende begeleiding bij borderline persoonlijkheidsstoornis
Betrokkene, lijdend aan borderline persoonlijkheidsstoornis met beperkingen in zelfredzaamheid, was geïndiceerd voor ondersteunende begeleiding. Appellante (CIZ) stelde dat de echtgenoot gebruikelijke zorg kon verlenen, waardoor de indicatie werd verminderd. Betrokkene voerde aan dat haar situatie ongewijzigd was en dat haar echtgenoot door zijn veeteeltbedrijf niet in staat was voldoende zorg te verlenen.
De Raad oordeelde dat ondersteunende begeleiding gericht is op het handhaven van het functioneren van betrokkene en niet beperkt is tot tijdelijke zorg. Het beleid dat van een gezonde huisgenoot verwacht wordt gebruikelijke zorg te verlenen, geldt tenzij sprake is van overbelasting of andere belemmeringen. Appellante had onvoldoende onderzocht of de echtgenoot overbelast was en had hem niet persoonlijk gehoord, wat strijdig is met het protocol.
Ook was onvoldoende rekening gehouden met de medische verklaringen van de behandelend psychiater en met de zorg voor de kinderen. De Raad bevestigde daarom de vernietiging van het besluit door de rechtbank en bepaalde dat betrokkene tot zes weken na het nieuwe besluit behandeld moet worden alsof zij een indicatie klasse 7 heeft. Tevens werd appellante veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Besluit tot indicatiestelling ondersteunende begeleiding vernietigd wegens onvoldoende onderzoek en motivering; betrokkene wordt voorlopig behandeld als klasse 7 geïndiceerd.