ECLI:NL:CRVB:2007:BA6428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.I. ’t Hooft
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit AWBZ-zorgindicatie wegens onvolledig onderzoek naar overbelasting huisgenoot
Betrokkene diende een aanvraag in voor een (her)indicatie van zorg op grond van de AWBZ, waaronder huishoudelijke verzorging. Het CIZ besloot de huishoudelijke hulp te beëindigen op basis van het Protocol “Gebruikelijke Zorg door huisgenoten”, waarbij van een gezonde volwassen huisgenoot wordt verwacht dat hij huishoudelijke taken overneemt, tenzij sprake is van overbelasting.
De zoon van betrokkene, die voltijds als melkveehouder werkt en samenwoont met betrokkene, gaf aan niet overbelast te zijn. Het CIZ concludeerde daarom dat er geen reden was om af te wijken van het uitgangspunt dat de zoon de huishoudelijke taken overneemt. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad stelt echter vast dat het onderzoek van het CIZ niet volledig was, omdat niet is onderzocht of beëindiging van de hulp tot overbelasting van de zoon zou leiden. Dit is relevant omdat de zoon in april 2005 gezondheidsklachten kreeg die hij aan overbelasting toeschrijft. Daarom vernietigt de Raad het besluit en verklaart het beroep gegrond. Het CIZ moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het besluit van 27 april 2005 wordt vernietigd wegens onvolledig onderzoek naar overbelasting van de inwonende zoon en het beroep wordt gegrond verklaard.