ECLI:NL:CRVB:2009:BH1944
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling indicatiestelling huishoudelijke verzorging volgens AWBZ en beleid CIZ
Appellant, met meerdere lichamelijke beperkingen, was geïndiceerd voor huishoudelijke verzorging klasse 3, maar na bezwaar en herindicatie werd dit teruggebracht naar klasse 2. De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze indicatie ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak wegens een onjuiste toetsingsmaatstaf.
De Raad stelt dat CIZ geen beoordelingsvrijheid heeft bij de uitleg van algemeen verbindende voorschriften en dat de rechtbank een te beperkte redelijkheidstoets toepaste. Het beleid van CIZ dat alleen bij afwezigheid van een huisgenoot van minstens zeven aaneengesloten dagen rekening wordt gehouden, wordt als te beperkend beoordeeld en buiten toepassing gelaten.
In dit specifieke geval is echter vastgesteld dat de partner van appellant niet structureel afwezig is en dat appellant zelf lichte huishoudelijke taken kan verrichten, waaronder boodschappen doen. Daarom is de indicatie voor klasse 2 zwaar huishoudelijk werk conform het protocol terecht vastgesteld. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen, en de Raad bepaalt dat CIZ het betaalde griffierecht aan appellant vergoedt.
Uitkomst: Het beroep tegen het indicatiebesluit voor huishoudelijke verzorging klasse 2 wordt ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding afgewezen.