ECLI:NL:CRVB:2013:CA1956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en werd op 6 maart 2008 betrapt met een hennepkwekerij van 120 planten in zijn woning. Hij meldde dit niet aan het dagelijks bestuur, wat leidde tot een onderzoek en de conclusie dat hij de inlichtingenverplichting had geschonden.
Het dagelijks bestuur trok de bijstand over de periode van 1 juli 2007 tot 6 maart 2008 in en vorderde € 8.997,33 terug. Appellant voerde aan dat de kwekerij alleen voor eigen gebruik was en dat hij geen inkomsten had, maar dit werd door de Raad niet gevolgd vanwege het grote aantal planten en het ontbreken van een administratie.
De Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur terecht uitging van drie oogsten sinds 1 juli 2007, mede op basis van energieverbruik en aangetroffen wortelresten. De schending van de inlichtingenverplichting gaf het bestuur het recht tot intrekking en terugvordering van de bijstand.
Appellants verzoek om afzien van terugvordering wegens psychische problemen en financiële situatie werd afgewezen, omdat geen dringende redenen waren aangetoond. De uitspraak van de rechtbank Maastricht werd bevestigd en het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.