ECLI:NL:CRVB:2009:BH4372
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- R.H.M. Roelofs
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven van echtgenoten
Appellante ontving sinds 1985 bijstand op grond van de WWB als alleenstaande met toeslag. Het College van burgemeester en wethouders van Nijmegen trok de bijstand per 1 april 2006 in, omdat appellante niet had gemeld dat zij niet duurzaam gescheiden leefde van haar echtgenoot. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en stelde vast dat er geen sprake was van duurzaam gescheiden leven.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij geen gezamenlijke huishouding voerde en dat zij niet verplicht was mee te werken aan een huisbezoek. De Raad stelde vast dat de vraag niet was of er een gezamenlijke huishouding was, maar of er duurzaam gescheiden leven was in de zin van de WWB. Volgens vaste rechtspraak betekent dit een door een of beide echtgenoten gewenste verbreking van de echtelijke samenleving waarbij ieder zijn eigen leven leidt alsof hij niet gehuwd is.
De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat op basis van de onderzoeksbevindingen niet kon worden gesproken van duurzaam gescheiden leven. De omstandigheden en motieven die tot de leefvorm leidden waren niet relevant. Appellante had haar inlichtingenverplichting geschonden door dit niet te melden, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken. Het hoger beroep werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 1 april 2006 wordt bevestigd omdat appellante niet duurzaam gescheiden leefde en haar inlichtingenverplichting schond.