ECLI:NL:CRVB:2011:BP6855
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- E.J.M. Heijs
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven
Appellante ontving vanaf 29 april 2004 bijstand na haar verhuizing naar Capelle aan den IJssel. Zij was gescheiden van tafel en bed van haar echtgenoot, maar niet formeel. Het College vermoedde dat de echtgenoot werkzaamheden verrichtte zonder opgave en dat hij geruime tijd samenwoonde met appellante. Na onderzoek door sociale recherche, inclusief observaties, huisbezoek en verhoren in 2006-2007, besloot het College de bijstand vanaf 29 april 2004 te herzien en terug te vorderen.
De rechtbank vernietigde het besluit wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat het onderzoek niet zorgvuldig was uitgevoerd en het College onvoldoende onderzoek deed naar recht op bijstand voor gehuwden. De rechtbank oordeelde echter dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden.
In hoger beroep betoogde appellante dat het College zich niet op het onderzoek mocht beroepen omdat het zelf geen hoger beroep had ingesteld. De Raad verwierp dit en bevestigde dat de verklaringen van appellante en haar echtgenoot voldoende bewijs vormen dat zij niet duurzaam gescheiden leefden. De Raad oordeelde dat het College terecht de bijstand introk en terugvorderde, en bevestigde het besluit van 19 december 2008. Wel veroordeelde de Raad het College alsnog in de proceskosten van appellante wegens het niet veroordelen door de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt afgewezen; het College wordt veroordeeld in de proceskosten van appellante.