ECLI:NL:CRVB:2022:2529
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- S.B. Smit-Colenbrander
- C.F.E. van OldenSmit
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Afwijzing Wajong-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op 17-18-jarige leeftijd
Appellante, geboren in 1971, vroeg op 27 september 2018 een Wajong-uitkering aan. Het UWV wees deze af omdat zij op haar 18e verjaardag het minimumloon kon verdienen. Na bezwaar en een medisch onderzoek door een verzekeringsarts bezwaar en beroep bleef het besluit gehandhaafd vanwege het ontbreken van objectiveerbare medische gegevens over haar belastbaarheid op haar zeventiende en achttiende jaar.
De rechtbank bevestigde dit standpunt en stelde vast dat het beoordelingskader van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet (AAW) van toepassing is. De verzekeringsarts bezwaar en beroep concludeerde dat een professioneel onderbouwd oordeel over de belastbaarheid destijds niet mogelijk was. Appellante bracht geen concrete, verifieerbare informatie in die deze conclusie zou kunnen weerleggen.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij al voor haar 18e epilepsie had, wat beperkingen zou hebben veroorzaakt. Zij overhandigde medische informatie uit 2015 en later, maar deze kon niet met zekerheid teruggevoerd worden naar haar zeventiende en achttiende jaar. De Raad volgde de rechtbank en het UWV in hun oordeel dat het ontbreken van relevante objectiveerbare gegevens voor rekening van appellante komt.
De Raad bevestigde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat het oordeel van de verzekeringsarts bezwaar en beroep navolgbaar en gemotiveerd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag van appellante voor een Wajong-uitkering wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van arbeidsongeschiktheid op haar zeventiende en achttiende jaar.