ECLI:NL:CRVB:2009:BI4662
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- T. van Peijpe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging en terugvordering WW-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing uren zelfstandige werkzaamheden
Appellant ontving een WW-uitkering vanaf 3 januari 2005, berekend op 38 uur per week. Hij gaf aan zelfstandig werkzaamheden te verrichten variërend van 10 tot 15 uur per week. Het UWV beëindigde en kortte de uitkering op basis van een fraudemelding en een onderzoek dat stelde dat appellant minimaal 28 uur per week als zelfstandige werkzaam was.
Het UWV baseerde dit op verklaringen, waarnemingen en een schatting van de route-uren. Appellant voerde aan dat hij de werkzaamheden deels samen met zijn zoon verrichtte en dat de schatting van het UWV onrealistisch was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
De Raad oordeelde dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar de omvang van de werkzaamheden, met name het aandeel van de zoon. De enkele waarnemingen boden onvoldoende inzicht in het werkelijke tijdsbeslag. Het besluit was daarom in strijd met de Algemene wet bestuursrecht en werd vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging en terugvordering van de WW-uitkering wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen.