ECLI:NL:CRVB:2009:BI6848
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens niet duurzaam gescheiden leven van gehuwden
Appellante ontving sinds 1995 bijstand, aanvankelijk naar gehuwdennorm, later naar alleenstaandennorm wegens vermeende verlating door haar echtgenoot. De gemeente vermoedde samenwoning en startte een onderzoek, resulterend in besluiten tot beëindiging, herziening en terugvordering van bijstand over diverse perioden.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond, stellende dat appellante en haar echtgenoot een gezamenlijke huishouding voerden. Appellante voerde hoger beroep aan tegen deze uitspraak en de Raad stelde vast dat de rechtbank onjuiste maatstaven hanteerde door niet te toetsen aan het criterium van duurzaam gescheiden leven.
De Raad oordeelde dat de onderzoeksbevindingen, waaronder huisbezoeken en observaties, voldoende bewijs boden dat appellante en haar echtgenoot niet duurzaam gescheiden leefden. Hierdoor moest appellante als gehuwd met gezamenlijke huishouding worden beschouwd en had zij geen recht op bijstand volgens de alleenstaandennorm. De besluiten tot intrekking en terugvordering van bijstand werden daarom vernietigd, maar de rechtsgevolgen bleven in stand. De Commissie werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Raad vernietigt de aangevallen uitspraak en besluiten, verklaart de beroepen gegrond, maar laat de rechtsgevolgen van de besluiten in stand.