ECLI:NL:CRVB:2009:BJ1786
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging buiten behandeling laten aanvraag bijstand wegens ontbreken bewijsstukken
Appellante diende op 7 maart 2006 een aanvraag om bijstand in voor zichzelf en haar twee minderjarige kinderen. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente ’s-Gravenhage verzocht haar meerdere malen om bewijsstukken omtrent de verkoop en bestemming van de opbrengst van haar voormalige echtelijke woning. Ondanks herhaalde verzoeken en gestelde termijnen verstrekte appellante deze gegevens niet tijdig.
Het College besloot daarom op 31 mei 2006 de aanvraag buiten behandeling te laten op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de aanvraag niet volledig was aangevuld. Appellante maakte bezwaar, dat op 6 september 2006 ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dat besluit eveneens ongegrond.
In hoger beroep stelt appellante dat het College een inhoudelijk besluit had moeten nemen. De Raad oordeelt echter dat het College terecht de aanvraag buiten behandeling heeft gelaten, omdat de gevraagde gegevens noodzakelijk waren voor de beoordeling en appellante redelijkerwijs over deze gegevens kon beschikken. Zij had tijdig om verlenging kunnen verzoeken, maar deed dit niet.
De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak en ziet geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten. De aanvraag om bijstand blijft buiten behandeling wegens het ontbreken van noodzakelijke bewijsstukken.
Uitkomst: De aanvraag om bijstand wordt buiten behandeling gelaten wegens het niet tijdig verstrekken van noodzakelijke bewijsstukken.