ECLI:NL:CRVB:2009:BJ3936
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Herziening WAZ-uitkering en vaststelling maatmaninkomen zelfstandige melkveehouder
Appellant, werkzaam als melkveehouder in verschillende ondernemingsvormen, kreeg zijn WAZ-uitkering ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 25%. Na bezwaar werd de uitkering herzien naar een arbeidsongeschiktheid van 45 tot 55%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het maatmaninkomen onjuist was vastgesteld en dat dit moest gebeuren op basis van de door de fiscus aanvaarde nettowinst over de laatste drie boekjaren voor het intreden van de arbeidsongeschiktheid. Het UWV voerde aan dat bij wijziging van de ondernemingsvorm het maatmaninkomen niet op deze wijze wordt vastgesteld, maar op basis van het laatst verrichte werk.
De Raad overwoog dat volgens vaste rechtspraak het maatmaninkomen van een zelfstandige in principe moet worden vastgesteld aan de hand van de door de fiscus aanvaarde nettowinst over drie jaar, ook bij wijziging van de ondernemingsvorm. Het beleid van het UWV om hiervan af te wijken is niet in overeenstemming met deze rechtspraak en dient buiten toepassing te blijven.
De Raad vernietigde de aangevallen uitspraken en besluiten, verklaarde de beroepen gegrond en veroordeelde het UWV in de proceskosten van appellant. Tevens werd het UWV verplicht nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: De Raad vernietigt eerdere uitspraken en besluiten, verklaart de beroepen gegrond en veroordeelt het UWV in proceskosten.