ECLI:NL:CRVB:2009:BH4364
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenplicht bij money transfers
Betrokkene ontving sinds 1999 een bijstandsuitkering voor een alleenstaande ouder. Appellant, de gemeente Rotterdam, ontving informatie over 17 verdachte geldtransacties van in totaal € 67.261 tussen 2002 en 2004, waarbij betrokkene als katvanger optrad en geld overmaakte naar het buitenland. Betrokkene stelde dat zij geen vergoeding ontving, behalve incidenteel € 50 in een casino, maar hield geen administratie bij.
De gemeente trok de bijstand voor diverse perioden in en vorderde de kosten terug wegens niet-naleving van de inlichtingenplicht. De rechtbank verklaarde het beroep van betrokkene gegrond en vernietigde het besluit, stellende dat onvoldoende was aangetoond dat betrokkene met de vergoedingen in haar levensonderhoud had kunnen voorzien.
De Raad oordeelt dat betrokkene de inlichtingenplicht heeft geschonden door de transacties niet te melden en geen administratie te voeren, waardoor het recht op bijstand niet kan worden vastgesteld. Dit rechtvaardigt intrekking en terugvordering. De Raad vernietigt het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wordt het besluit van 23 december 2008 vernietigd.
De Raad legt geen proceskosten op en bevestigt het beleid van appellant in lijn met de WWB en eerdere jurisprudentie.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.