ECLI:NL:CRVB:2009:BJ5894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.WJ. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- A.T. de Kwaasteniet
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep over eigenrisicodragerschap WAO-uitkeringen en toepasselijkheid overgangsrecht
De zaak betreft een geschil tussen het Uwv en een werkgeefster over de betaling van een WAO-uitkering aan een werkneemster die reeds arbeidsongeschikt was voordat de werkgeefster eigen risicodrager werd. De werkgeefster betwistte de verplichting tot betaling van de uitkering over de periode voorafgaand aan haar eigenrisicodragerschap en voerde onder meer aan dat een reeds verwezenlijkt risico niet verzekerbaar is en dat de periode van betaling beperkt zou zijn tot vier jaar.
De rechtbank had het beroep van de werkgeefster deels gegrond verklaard door de betalingsperiode te beperken tot vier jaar na het ingaan van de uitkering, maar de Centrale Raad van Beroep stelt dat het overgangsrecht van artikel 91b WAO van toepassing is, waardoor de periode vijf jaar bedraagt. De Raad verwierp ook de stelling dat de wettelijke regeling in strijd zou zijn met het EVRM of het IVBPR en benadrukte dat de eigen risicodrager een onderzoeksplicht heeft bij het aangaan van het eigenrisicodragerschap.
De Raad vernietigt de eerdere uitspraak en verklaart het beroep van het Uwv gegrond en dat van de werkgeefster ongegrond. Het bestreden besluit wordt bevestigd en het verzoek om een prejudiciële beslissing wordt niet gehonoreerd.
Uitkomst: Het hoger beroep van het Uwv wordt gegrond verklaard en het beroep van de werkgeefster ongegrond, waarbij het bestreden besluit wordt gehandhaafd.