ECLI:NL:CRVB:2009:BJ6507
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid na ontslag op staande voet
Betrokkene was taxichauffeur en werd op staande voet ontslagen wegens herhaaldelijk niet afstorten van de gerealiseerde omzet in de daarvoor bestemde afstortkluis. Ondanks waarschuwingen bleef hij dit gedrag vertonen. De werkgever verzocht vervolgens ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens dringende reden of gewijzigde omstandigheden.
De kantonrechter ontbond de arbeidsovereenkomst wegens gewijzigde omstandigheden zonder vergoeding toe te kennen, maar oordeelde dat er geen dringende reden was voor ontslag op staande voet. Het UWV weigerde de WW-uitkering wegens verwijtbare werkloosheid, wat door de rechtbank werd vernietigd vanwege onvoldoende onderzoek.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV wel bevoegd was om te onderzoeken of sprake was van een dringende reden en dat het niet volledig afstorten van de omzet een dringende reden vormde. De werknemer was uitdrukkelijk gewaarschuwd en kon het verwijt van verwijtbare werkloosheid worden gemaakt. De weigering van de WW-uitkering blijft daarom in stand.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid na herhaaldelijk niet afstorten van de omzet.