ECLI:NL:CRVB:2006:AX8866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- H.G. Rottier
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit blijvende gehele weigering WW-uitkering wegens onvoldoende onderzoek UWV
Appellant was sinds 1976 in dienst bij DSM Limburg B.V. en werd in 2004 op non-actief gesteld. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden op verzoek van de werkgever. Appellant vroeg een WW-uitkering aan, die door het UWV blijvend geheel werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en bevestigde het besluit van het UWV.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan, met name door onvoldoende aandacht te besteden aan positieve beoordelingen en het niet opvragen van relevante stukken zoals functioneringsgesprekken. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV de onderzoeksplicht zoals bedoeld in artikel 3:2 Awb Pro onvoldoende had nageleefd, omdat het dossier onvolledig was en het UWV geen aanvullend gericht onderzoek had verricht.
De Raad vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het UWV veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit van het UWV tot blijvende gehele weigering van de WW-uitkering wordt vernietigd wegens onvoldoende onderzoek, en het UWV moet een nieuw besluit nemen.