ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7733
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstandsuitkering ondanks bezwaar vertrouwensbeginsel en rechtsbijstandskosten
Appellant ontving bijstand van juni 2002 tot november 2005. In december 2005 ontving hij een schadevergoeding van Achmea van €175.000,- wegens een ongeval in 1996. Het College vorderde in 2006 terugbetaling van bijstand omdat appellant al bij aanvang over middelen beschikte die het vrij te laten vermogen overschreden.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze terugvordering ongegrond. Appellant voerde in hoger beroep aan dat het College in strijd met het vertrouwensbeginsel handelde door terugvordering, omdat een ambtenaar een toezegging had gedaan dat geen terugvordering zou plaatsvinden. Tevens stelde appellant dat de kosten van rechtsbijstand op de slotuitkering in mindering moesten worden gebracht bij de berekening van het terug te vorderen bedrag.
De Raad oordeelde dat de rechtbank terecht het beroep op het vertrouwensbeginsel verwierp, omdat de toezegging niet rechtsgeldig was. Ook wees de Raad het verweer af dat de rechtsbijstandskosten in mindering moesten worden gebracht, omdat deze kosten als verwervingskosten worden aangemerkt en niet verrekend mogen worden bij de vaststelling van het inkomen volgens vaste jurisprudentie. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd.