ECLI:NL:CRVB:2009:BK0734
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- C. van Viegen
- Rechtspraak.nl
Bijstand toegekend wegens zeer dringende redenen voor minderjarige zonder rechtmatig verblijf
Appellant, een minderjarige zonder Nederlandse nationaliteit, diende een aanvraag om bijstand in die door het College werd afgewezen op grond van het ontbreken van rechtmatig verblijf en het niet voldoen aan de voorwaarden van de WWB. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat geen sprake was van zeer dringende redenen.
In hoger beroep stelt de Centrale Raad van Beroep vast dat de rechtbank en het College het begrip zeer dringende redenen onjuist hebben geïnterpreteerd. De Raad benadrukt dat indien ouders niet in staat zijn te voorzien in essentiële kosten voor hun minderjarige kind, dit zeer dringende redenen oplevert die recht geven op bijstand, ook als de ouders geen recht op bijstand hebben.
De Raad concludeert dat de ouders van appellant gedurende de relevante periode niet beschikten over bestaansmiddelen en dat appellant ondanks opvang bij familie toch recht heeft op bijstand. De eerdere besluiten worden vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen rekening houdend met de individuele omstandigheden van appellant, waaronder zijn woonsituatie.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het College wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen waarbij bijstand wordt verleend wegens zeer dringende redenen.