ECLI:NL:CRVB:2009:BK5025
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- A.T. de Kwaasteniet
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing van WIA-uitkeringsbesluit en functiebelasting
Betrokkene, werkzaam in de horeca, vroeg op 5 januari 2006 een WIA-uitkering aan na twee auto-ongevallen en ziekteklachten. Het UWV weigerde de uitkering per 11 april 2006, omdat betrokkene volgens hen met zijn beperkingen geschikt was voor gangbare functies met minder dan 35% arbeidsongeschiktheid. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van betrokkene gegrond, vernietigde het besluit en beval een nieuw besluit op bezwaar.
De rechtbank vond dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat de belasting van drie functies op de aspecten duwen/trekken, knielen/hurken en gebogen werken niet te zwaar was, mede omdat de verzekeringsarts een toelichting gaf van “niet bovennormaal” die als een verborgen beperking werd gezien. De arbeidsdeskundige was daardoor niet gewezen op mogelijke overschrijdingen.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de toelichting “niet bovennormaal” geen verborgen beperking is en dat het CBBS-systeem altijd signaleringen geeft bij overschrijdingen van normaalwaarden. Omdat in deze zaak geen signaleringen waren, is de functiebelasting niet te zwaar en zijn de functies geschikt. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank voor zover die een nieuw besluit op bezwaar beval, maar laat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit intact. Tevens veroordeelt de Raad het UWV in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover een nieuw besluit op bezwaar wordt bevolen, maar laat de rechtsgevolgen van het oorspronkelijke besluit volledig in stand.