ECLI:NL:CRVB:2009:BK5967
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- A.A.H. Schifferstein
- P.J. Jansen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging en terugvordering ZW-, WW- en WIA-uitkeringen wegens gefingeerd dienstverband
Appellante had uitkeringen op grond van de Ziektewet (ZW), Werkloosheidswet (WW) en Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) ontvangen, terwijl uit onderzoek bleek dat zij feitelijk geen werkzaamheden had verricht en er sprake was van een gefingeerd dienstverband met een uitzendbureau.
Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot daarom de uitkeringen te beëindigen en terug te vorderen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en oordeelde dat zij niet als werknemer kon worden aangemerkt en dus niet verzekerd was voor de werknemersverzekeringen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat het oordeel over sociale zekerheidsfraude voorbarig was omdat de strafrechter zich hierover nog moest uitspreken. De Raad overwoog echter dat de bestuursrechter niet gebonden is aan strafrechtelijke uitspraken en dat het bestuursrechtelijke bewijsvereiste anders is. Daarom is het niet nodig het strafrechtelijk oordeel af te wachten.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Tevens werd appellante niet in de proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging en terugvordering van de uitkeringen en wijst het hoger beroep af.