ECLI:NL:CRVB:2009:BK6361
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen terugvordering WAO-uitkering en berekening arbeidsongeschiktheid
Appellant, een voormalige zeefdrukker met psychische klachten, ontving sinds 1981 een WAO-uitkering. Na onderzoek door het UWV naar niet opgegeven inkomsten over 2001-2004, werd zijn uitkering aangepast en een terugvordering van €19.144,35 opgelegd wegens onverschuldigde betalingen.
Appellant stelde in hoger beroep dat de Belastingdienst onjuiste winstgegevens hanteerde en diende een nieuwe opgave in. Het UWV paste daarop het terugvorderingsbedrag aan naar €17.545,18 en wijzigde de mate van arbeidsongeschiktheid voor 2004 naar 35-45%.
De Raad oordeelde dat het UWV het begrip winst uit onderneming correct toepaste, aansluitend bij de fiscale regels en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen. De terugvordering was terecht en er waren geen dringende redenen om hiervan af te zien. De eerdere uitspraak van de rechtbank werd vernietigd, het beroep tegen de besluiten van 15 januari 2007 gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van 13 juli 2009 ongegrond. Het UWV werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het terugvorderingsbedrag van de WAO-uitkering over 2004 wordt verlaagd tot €17.545,18 en het beroep van appellant wordt deels gehonoreerd.