ECLI:NL:CRVB:2009:BK8157
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling wachttijd WAO bij bevallingsverlof en vernietiging besluit UWV wegens onzorgvuldige medische grondslag
Appellante, een werkgever, maakte bezwaar tegen het UWV-besluit dat de wachttijd voor de WAO-uitkering niet meerekende tijdens het bevallingsverlof van een werkneemster. De rechtbank had het bezwaar gegrond verklaard en het UWV opgedragen een nieuw besluit te nemen. Het UWV nam daarop een nieuw besluit, dat ook werd aangevochten in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de periode van bevallingsverlof niet meetelt voor de wachttijd, in lijn met het Mary Brown-arrest en de wetswijziging van 1 december 2001. De Raad oordeelt echter dat het medische onderzoek waarop het UWV het nieuwe besluit baseerde onzorgvuldig was, omdat geen lichamelijk onderzoek plaatsvond en geen informatie werd ingewonnen bij huisarts of fysiotherapeut.
Ook de arbeidskundige onderbouwing faalde vanwege onduidelijkheid over de gebruikte functiebestanden. Daarom vernietigt de Raad het besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen. De Raad wijst de vordering tot immateriële schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af, maar veroordeelt het UWV wel tot vergoeding van proceskosten in hoger beroep.
Uitkomst: Het UWV-besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met een deugdelijke motivering.