ECLI:NL:PHR:2011:BO5080
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vergoeding immateriële schade bij overschrijding redelijke termijn in zuivere belastingzaken
De zaak betreft een cassatieberoep van X Holding BV tegen de Staatssecretaris van Financiën inzake een naheffingsaanslag loonbelasting en premie volksverzekeringen over de periode 20 december 2001 tot en met 31 december 2003. De belanghebbende werd geconfronteerd met een lange procedureduur van ruim zes jaar en vijf maanden vanaf ontvangst van het bezwaarschrift tot de conclusie van het Parket bij de Hoge Raad.
Het Hof Arnhem had het beroep van de belanghebbende ongegrond verklaard en een verzoek tot schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn afgewezen, omdat art. 8:73 Awb Pro alleen toepassing vindt indien het beroep gegrond wordt verklaard. De belanghebbende stelde in cassatie dat zij recht heeft op vergoeding van immateriële schade ondanks het niet-gegrond verklaren van het beroep en dat het Hof ten onrechte feiten had betrokken die niet tot de feiten mochten worden gerekend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal benadrukt dat art. 6 EVRM Pro niet van toepassing is op zuivere belastingzaken zonder boete of strafrechtelijke lading, en dat de Hoge Raad niet bevoegd is om art. 8:73 Awb Pro buiten toepassing te laten of aan te vullen met ongeschreven rechtsbeginselen. De bestuursrechters kennen wel vergoeding toe op grond van een algemeen rechtsbeginsel van rechtszekerheid, maar de Hoge Raad acht het opportuun te wachten op het wetsvoorstel dat vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding regelt, dat naar verwachting per 1 juli 2011 in werking zal treden. Daarom wordt geadviseerd het cassatieberoep ongegrond te verklaren of de zaak te laten liggen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en vergoeding van immateriële schade wegens termijnoverschrijding wordt niet toegekend in cassatie.