ECLI:NL:CRVB:2010:BK9293
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering en vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs schending mededelingsplicht
Betrokkene, werkzaam geweest bij een metsel- en voegbedrijf (Ltd), ontving een WW-uitkering vanaf 12 januari 2004 na ontslag. Het Uwv trok de uitkering in en vorderde terugbetaling over de periode 12 januari tot en met 2 april 2004, met een boete wegens vermeende schending van de mededelingsplicht.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de terugvordering ongegrond en vernietigde het boetebesluit wegens gebrek aan bewijs dat betrokkene zijn mededelingsplicht volledig had geschonden. Beide partijen gingen in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het intrekkingsbesluit rechtens onaantastbaar is en bevestigt de terugvordering omdat betrokkene de omvang daarvan niet betwist. Het boetebesluit wordt vernietigd omdat het Uwv onvoldoende heeft aangetoond dat betrokkene zijn mededelingsplicht over de gehele periode heeft geschonden.
Hoewel betrokkene niet volledig heeft opgegeven welke werkzaamheden hij verrichtte, is de boete niet toewijsbaar wegens onvoldoende bewijs. De Raad handhaaft de rechtsgevolgen van het vernietigde boetebesluit en legt een recht van € 433,-- aan het Uwv op. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling in hoger beroep.
Uitkomst: De terugvordering van de WW-uitkering wordt bevestigd en het boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs.