ECLI:NL:CRVB:2010:BK9620
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en intrekking WW-uitkering met geschil over vergoeding rechtsbijstandskosten
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot herziening, intrekking en terugvordering van een WW-uitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar het UWV wijzigde later zijn standpunt en herstelde de uitkering deels.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het bestreden besluit onrechtmatig is omdat het UWV de onjuistheid erkent en het besluit vernietigd moet worden. De Raad wijst schadevergoeding toe voor renteverlies door onverschuldigde betalingen.
Appellant vordert daarnaast een hogere vergoeding voor in bezwaar gemaakte kosten van rechtsbijstand dan het UWV toekent. De Raad oordeelt dat het bezwaar tegen de hoogte van deze vergoeding faalt omdat appellant onvoldoende onderbouwt dat de zaak zwaarder dan gemiddeld was.
De Raad veroordeelt het UWV tot vergoeding van proceskosten in beroep en hoger beroep en tot terugbetaling van griffierechten. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 januari 2010.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onrechtmatigheid, schadevergoeding wordt toegekend, maar het beroep tegen de hoogte van de vergoeding voor rechtsbijstandskosten wordt ongegrond verklaard.