ECLI:NL:CRVB:2010:BK9626
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering wegens zelfstandige werkzaamheden en reistijd
Betrokkene ontving vanaf 1 februari 2006 een WW-uitkering voor 25 uur per week en een tweede voor 26 uur per week. Vanaf 13 februari 2006 startte zij als zelfstandige met een broodjeszaak, waarbij zij 25 uur per week aan werkzaamheden opgaf. Een onderzoek toonde aan dat zij 10 uur meer werkte dan opgegeven, wat leidde tot herziening van de uitkering en terugvordering van €5.258,45. Tevens werd een boete van €518 opgelegd wegens schending van de informatieplicht.
De rechtbank oordeelde dat de reistijd niet als werktijd kon worden beschouwd en vernietigde het besluit voor zover het de reistijd betrof. In hoger beroep stelde appellant dat ook reistijd als werktijd moet worden meegeteld, maar liet het boetebesluit vallen en beperkte de reistijd tot 38 minuten per dag.
De Raad bevestigde dat reistijd woon-werkverkeer niet als arbeid kan worden aangemerkt, herzag de herziening door de reistijd van 5 uur per week te schrappen, halveerden de terugvordering tot €2.629,22 en herroept de boete. Tevens veroordeelde de Raad appellant tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De WW-uitkering van betrokkene wordt herzien met een vermindering van 5 uur per week, de terugvordering wordt gehalveerd tot €2.629,22 en de boete wordt herroepen.