ECLI:NL:CRVB:2010:BL1644
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en terugvordering
Appellant ontving vanaf eind 1999 bijstand op grond van de WWB als alleenstaande 65-plusser. Medio 2006 leidde een onderzoek naar de woon- en leefsituatie tot de constatering dat appellant sinds 2001 samenwoonde met een ander, hetgeen niet was gemeld aan het College. Hierdoor werd de bijstand over de periode 2001-2006 herzien en ingetrokken, met terugvordering van de ten onrechte ontvangen bedragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat er sprake is van een gezamenlijke huishouding conform artikel 3 van Pro de WWB, waardoor appellant geen zelfstandig recht op bijstand had. De Raad vernietigt echter het besluit over de terugvordering wegens strijd met artikel 7:11 Awb Pro, omdat het College geen volledig en definitief bedrag had vastgesteld.
De Raad bepaalt zelf het terug te vorderen bedrag op € 10.884,22 en veroordeelt het College in de proceskosten van appellant in zowel beroep als hoger beroep. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant vergoed.
Uitkomst: Bijstand ingetrokken wegens gezamenlijke huishouding; terugvordering vastgesteld op €10.884,22; College veroordeeld in proceskosten.