ECLI:NL:CRVB:2010:BL3224
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Toekenning bijzondere bijstand voor medicinale cannabis bij HIV-patiënt
Betrokkene, HIV-seropositief sinds 1993, gebruikt medicinale cannabis voorgeschreven door zijn behandelend specialist vanwege ernstige bijwerkingen van anti HIV-medicatie. Het College verleende aanvankelijk bijzondere bijstand voor 4 gram per dag, stopte deze in 2006 en kende later slechts 1 gram toe na advies van de GGD.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het College onvoldoende individueel onderzoek had gedaan en gaf het College opdracht een nieuw besluit te nemen. Het College handhaafde echter het besluit op basis van een algemeen GGD-advies zonder specifieke motivering voor betrokkene.
De Raad stelt vast dat het gebruik van medicinale cannabis essentieel is om therapietrouw te waarborgen en zo levensbedreigende situaties te voorkomen. Gelet op artikel 16 van Pro de WWB zijn er zeer dringende redenen voor bijstand. Het College had bijzondere bijstand voor 3 gram per dag moeten verlenen vanaf 1 juli 2006. Het beroep van betrokkene wordt gegrond verklaard en het besluit van 20 augustus 2008 vernietigd.
Uitkomst: Het College moet betrokkene vanaf 1 juli 2006 bijzondere bijstand verlenen voor 3 gram medicinale cannabis per dag.