ECLI:NL:CRVB:2019:39
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand medische kosten voor gemoedsbezwaarde wegens voorliggende voorziening en ontbreken zeer dringende redenen
Appellant, erkend als gemoedsbezwaarde en niet verzekerd voor ziektekosten, vroeg bijzondere bijstand aan voor diverse medische en andere kosten. Het college wees deze aanvragen af omdat de Zorgverzekeringswet (Zvw) een toereikende voorliggende voorziening biedt voor gemoedsbezwaarden en de overige kosten als algemeen noodzakelijke kosten worden beschouwd die uit de bijstandsnorm moeten worden voldaan.
De Raad oordeelde dat de Zvw-regeling voor gemoedsbezwaarden inderdaad een passende en toereikende voorliggende voorziening is. De door appellant aangevoerde medische noodzaak voor bijzondere bijstand werd niet als een acute noodsituatie erkend, omdat het medisch rapport geen voldoende stellig bewijs leverde van een levensbedreigende situatie of blijvend ernstig letsel.
Verder werd beoordeeld dat de kosten voor zonneschermen, stofzuiger, gordijnen en matras niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden, omdat appellant niet aannemelijk maakte dat reservering of gespreide betaling niet mogelijk was. Ook werden aanvragen voor kosten die al langer geleden waren gemaakt afgewezen wegens overschrijding van de termijn voor het indienen van bijzondere bijstand.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde daarom het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant, waarmee het hoger beroep van appellant werd afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand wordt bevestigd.