Uitspraak
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Inleiding
Het oordeel van de Raad
Conclusie en gevolgen
Proceskosten
BESLISSING
- verklaart het beroep gegrond en vernietigt het besluit van 16 maart 2023;
- herroept het besluit van 19 april 2019;
- bepaalt dat appellant ook voor de periode van 18 januari 2019 tot 2 november 2022 is geïndiceerd voor het zorgprofiel VG Wonen met intensieve begeleiding en intensieve verzorging en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit van 16 maart 2023;
- veroordeelt het CIZ tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 1.827,-;
- veroordeelt het CIZ in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 2.040,75;
- bepaalt dat het CIZ aan appellant het in beroep betaalde griffierecht van € 50,- vergoedt;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) tot betaling aan appellant van een vergoeding van schade tot een bedrag van € 673,-;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de proceskosten van appellant tot een bedrag van € 226,75.