ECLI:NL:CRVB:2010:BL5449
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WW-uitkering na verzoek tot herziening op grond van nieuwe feiten
Appellant, woonachtig in België, vroeg een WW-uitkering aan na een eerdere afwijzing door het UWV, dat zich onbevoegd verklaarde op grond van EU-verordening 1408/71. Appellant ontving in België geen werkloosheidsuitkering, maar dit was reeds in 2002 duidelijk voor alle partijen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond omdat geen nieuwe feiten of omstandigheden waren aangevoerd die het terugkomen op het eerdere besluit rechtvaardigen. Jurisprudentie bevestigt dat nieuwe jurisprudentie op zich geen grond is voor herziening van een besluit dat rechtens onaantastbaar is geworden.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft het oordeel van de rechtbank en bevestigt de afwijzing van het verzoek om herziening. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer op 11 februari 2010.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek om herziening van het WW-uitkeringsbesluit wegens ontbreken van nieuwe feiten of omstandigheden.