ECLI:NL:CRVB:2010:BM0522
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding rechtsbijstand incidentele rechtshulp IOAW-uitkering
Betrokkenen ontvingen een IOAW-uitkering die later werd ingetrokken vanwege zelfstandigheid en voldoende inkomsten. Na eerdere intrekkingen en terugvorderingen besloot de Commissie Sociale Zekerheid de uitkering definitief in te trekken en de te veel ontvangen bedragen terug te vorderen. Betrokkenen verzochten tevens vergoeding van juridische kosten, welke door de Commissie werden afgewezen wegens gebrek aan onrechtmatigheid en onvoldoende specificatie.
De rechtbank vernietigde de afwijzing van het verzoek om vergoeding van kosten in bezwaar, maar handhaafde de rechtsgevolgen van het besluit tot intrekking van de uitkering. De rechtbank oordeelde dat de rechtshulp van de gemachtigde incidenteel was en niet beroepsmatig, waardoor geen vergoeding voor rechtsbijstand in beroep werd toegekend.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze beoordeling. De Raad stelde vast dat de gemachtigde slechts enkele keren per jaar betaalde rechtshulp verleent, wat niet voldoet aan de criteria van beroepsmatige rechtsbijstand volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht. Hierdoor blijft de afwijzing van vergoeding in stand en worden de rechtsgevolgen van het besluit gehandhaafd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat geen vergoeding voor rechtsbijstand wordt toegekend vanwege incidentele rechtshulp.