ECLI:NL:CRVB:2010:BM1913
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- W.F. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijstand als alleenstaande ouder zonder kinderbijslag
Appellante heeft een zoon die in 2005 is geboren en verzocht om bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College kende haar bijstand toe naar de norm voor een alleenstaande, omdat zij geen kinderbijslag ontving voor haar zoon en derhalve niet als alleenstaande ouder werd aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het weigeren van bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder onbillijk is en in strijd met de bedoeling van de WWB. Tevens voerde zij aan dat het individualiseringsbeginsel en diverse internationale verdragsbepalingen haar gelijk zouden geven.
De Raad oordeelde dat de weigering terecht was, omdat de wet duidelijk vereist dat het kind ten laste moet zijn en aanspraak op kinderbijslag moet kunnen maken. Het beroep op het individualiseringsbeginsel faalde omdat appellante geen gezin vormde met haar kind volgens de WWB. Ook de internationale verdragsbepalingen en het EVRM boden geen grond voor toekenning van bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder wordt bevestigd.