ECLI:NL:CRVB:2010:BO9010
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.F. Bandringa
- O.L.H.W.I. Korte
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstand naar alleenstaande ouder norm bij plaatsing kind in pleeggezin
Appellante heeft bijstand aangevraagd op basis van de norm voor een alleenstaande ouder, omdat zij een minderjarige zoon heeft. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Groesbeek kende haar bijstand toe op basis van de norm voor een alleenstaande met een toeslag van 20%, maar niet de volledige alleenstaande ouder norm. Dit omdat haar zoon sinds geruime tijd in een pleeggezin is geplaatst en de pleegouders de feitelijke zorg dragen.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. Appellante stelde in hoger beroep dat zij toch recht heeft op de alleenstaande ouder norm omdat zij wettelijk gezag heeft, onderhoudsplichtig is en andere kosten voor haar zoon betaalt. Tevens voerde zij aan dat de uithuisplaatsing onterecht was en dat zij elders wel de volledige norm ontving.
De Raad oordeelde dat het feit dat de pleegouders de feitelijke zorg dragen betekent dat appellante niet de volledige zorg heeft zoals bedoeld in artikel 4 van Pro de WWB. Financiële bijdragen en wettelijk gezag zijn onvoldoende om de feitelijke zorg te vervangen. Ook de omstandigheden van appellante en eerdere bijstand in andere gemeenten rechtvaardigen geen afwijking van de norm. Een beroep op artikel 8 EVRM Pro faalde omdat de toekenning van de lagere norm geen onevenredige gevolgen heeft voor de ontwikkeling van appellante en haar zoon.
De Raad bevestigde daarom het besluit van het College en het vonnis van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de bijstand wordt toegekend volgens de norm voor een alleenstaande met toeslag, niet de alleenstaande ouder norm.