ECLI:NL:CRVB:2010:BM8147
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.C. Schoemaker
- M.C.T.M. Sonderegger
- Rechtspraak.nl
Bevestiging correcte vaststelling ZW-dagloon volgens artikel 11 Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen
Appellante, werkzaam als uitzendkracht, kreeg een WAZO-uitkering toegekend met een dagloon berekend op basis van artikel 11 van Pro het Besluit dagloonregels werknemersverzekeringen. Zij maakte bezwaar tegen de vaststelling van het dagloon, omdat zij in de referteperiode onbetaald verlof had opgenomen, waardoor het dagloon lager uitviel dan bij toepassing van de hoofdregel.
De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat artikel 11 van Pro het Besluit correct was toegepast. Appellante ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep. De Raad bevestigde het oordeel van de rechtbank en overwoog dat artikel 11 een Pro bijzondere regeling is die voorrang heeft op de algemene regel van artikel 4 van Pro het Besluit.
De Raad erkende dat de toepassing van artikel 11 in Pro het geval van appellante tot een lager dagloon leidt, maar stelde dat dit geen reden is om af te wijken van de wettelijke systematiek. Het is aan de wetgever om eventuele onbedoelde effecten te corrigeren. Tevens oordeelde de Raad dat de regeling niet in strijd is met het discriminatieverbod uit artikel 14 EVRM Pro en artikel 26 IVBPR Pro, omdat gelijke gevallen gelijk worden behandeld.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.