ECLI:NL:CRVB:2022:1987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verrekening ZW-uitkering op WIA-uitkering bij samenloop uitkeringen
Appellant was werkzaam in twee dienstverbanden en viel op verschillende momenten door ziekte uit. Hij ontving ZW-uitkeringen voor beide dienstverbanden. Na het doorlopen van de wachttijd kende het UWV een WIA-uitkering toe, maar bracht de toen lopende ZW-uitkering in mindering op de WIA-uitkering, waardoor deze niet tot uitbetaling kwam.
De rechtbank oordeelde dat het UWV de wettelijke bepalingen correct had toegepast en dat de wetgever bewust heeft gekozen voor deze regeling, ook al leidt dit tot een lager uitkeringsniveau voor appellant. Appellant voerde aan dat dit niet de bedoeling kon zijn en dat de compensatie van loonverlies hierdoor onder de 70% uitkomt, maar de Raad volgde dit niet.
De Raad benadrukte dat de wetstekst en de toelichting duidelijk maken dat elke naast een WIA-uitkering ontvangen uitkering als inkomen wordt aangemerkt en in mindering wordt gebracht. De situatie van appellant, met twee dienstverbanden en verschillende uitvalmomenten, leidt tot een lagere WIA-uitkering, maar dit is een gevolg van de bewuste beleidskeuze van de wetgever.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de verrekening van de ZW-uitkering op de WIA-uitkering wordt bevestigd.