ECLI:NL:CRVB:2010:BN0219
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toekenning WAO-uitkering bij arbeidsongeschiktheid van 15-25% na mishandeling en beoordeling redelijke termijn
Appellante, die sinds 2001 arbeidsongeschikt is door een posttraumatisch stresssyndroom en lichamelijke klachten na een mishandeling, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering geweigerd wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Na een eerdere uitspraak van de rechtbank werd dit besluit vernietigd en volgde een hernieuwde beoordeling waarbij een arbeidsongeschiktheid van 15 tot 25% werd vastgesteld.
De Centrale Raad van Beroep heeft in hoger beroep het standpunt van het UWV en de rechtbank gevolgd dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig zijn uitgevoerd. De Raad oordeelt dat er geen noodzaak is om aanvullende medische deskundigen in te schakelen en bevestigt dat de beperkingen van appellante adequaat zijn vastgesteld.
Daarnaast is vastgesteld dat de totale duur van de procedure, vanaf het bezwaar in 2002 tot de uitspraak in 2010, ruim acht jaar bedroeg. De Raad concludeert dat er vermoedelijk sprake is van overschrijding van de redelijke termijn in zowel de bestuurlijke als rechterlijke fase, wat aanleiding geeft tot heropening van het onderzoek en beoordeling van een schadevergoeding.
De Raad besluit het hoger beroep ongegrond te verklaren, bevestigt de toekenning van de WAO-uitkering en bepaalt dat de procedure omtrent de mogelijke overschrijding van de redelijke termijn wordt voortgezet, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond verklaard en toekenning WAO-uitkering van 15-25% bevestigd, onderzoek naar overschrijding redelijke termijn wordt heropend.